Dobberen naar Den Treek

Met vijf jongens zit ik in de trein. Er wordt druk gekletst en gevoetbalt in het gangetje. Gelukkig hebben we een vrolijke conducteur. De verjaardagstaart brengt even wat rust, maar als die op is gaat het kletsen en lachen vrolijk door. Niet veel later stappen we uit de bus bij het begin van onze tocht. Een wandeltocht als verjaardagspartijtje…, toch benieuwd hoe dat gaat uitpakken. Lachend en voetballend lopen de jongens over de zandweg. De bal wordt van voor naar achter getikt. En als hij even ver weg is wordt er tegen een eikel aan geschopt. 

Al snel staan we aan de oever van de Heiligenbergerbeek. Hier zijn we vaker geweest. Het water is helder en stroomt licht. Met dit warme weer ziet het er heerlijk uit. Voordat ik het door heb heeft iedereen zijn sokken en schoenen uitgetrokken en duiken de jongens één voor één het water in. Het voetballen is nu een soort waterpolo geworden. Uit mijn rugzak haal ik een heel assortiment drijfmiddelen. Onze Mini Expeditie is stiekem een packrafttocht. Door flink wat blazen en pompen vormen zich langzaam twee bootjes en een paar opblaasbanden. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is gaat iedereen verder door de beek. Langzaam dobberen we over het water. Tussen het groen en de kikkers gaat onze bonte stoet al gillend en joelend voorbij. We draaien rondjes, spetteren, spelen en de voetbal drijft mee.

Bij de volgende brug klimmen we uit de sloot. Even hangt iedereen voor pampus op de oever, maar al snel krijgen we weer praatjes. Voetballend gaat het verder door het bos. Waar gaan we eigenlijk slapen, vraagt één van de jongens. Hij heeft nog nooit gekampeerd. Een eindje verderop komen we op kampeerterrein Den Treek. Op een beschut plekje zetten we onze twee tenten op. Eén voor de jongens en één voor de moeders. Matjes worden uitgepakt en slaapzakken uitgerold. Na een feestmaal, liggen de jongens als haringen naast elkaar in de tent. De slingers wapperen aan de bomen. Vanuit onze tent horen we nog steeds zacht geklets.

De tweede expeditiedag trappen we af met gebakken ei bij het ontbijt. Dan struinen we verder door het bos richting Amersfoort. Over kleine paadjes, heuveltjes en door het zand. De bal rolt nog steeds heen en weer tussen de jongens. Op de terugweg in de trein valt er een rust over ons heen. Ik zie grote grijnzen en ook wat geeuwen na de korte nacht. Zelf heb ik nog nooit zo’n relaxt verjaardagfeestje gehad.

Bovenstaand artikel verscheen in Buitenspoor 4/2020.

Informatie

Waar slaap je?

We sliepen op kampeerterrein Den Treek in Leusden. Dit is een kampeerterrein van de NTKC. Het ligt midden in het bos en het kamperen voelt hier bijna als wildkamperen. Er is een eenvoudig toilethok en een vuurplaats. Om te kamperen op een NTKC terrein moet je lid zijn, meer informatie over het terrein en het lidmaatschap vind je hier.

Hoe kom je er?

We zijn met de trein naar Amersfoort gereisd en daarna met de bus naar bushalte Geerestein (Woudenberg). Op de volgende dag zijn we na een stuk wandelen in Amersfoort (bushalte Borneoplein) weer met het OV naar huis gereisd.

Hoe dobber je?

We gebruikten twee opblaasbootjes en een aantal opblaasbanden. De beek is nergens diep en stroomt heel langzaam.

Dag 1

Vanaf de bushalte is het een klein stukje lopen naar een kanosteiger aan de Griftdijk waar je in de Heiligenbergerbeek kunt stappen. Na een stuk drijven zijn we de Rode brug weer uitgestapt en verder naar het kampeerterrein gelopen. Totale afstand 5,5 km. Kijk hier voor onze route.

Dag 2

Op de tweede dag liepen we 4 km vanaf het terrein naar een bushalte. Kijk hier voor onze route.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *