Door de heuvels van Limburg

Het is grijs buiten. Niet de kleur waar ik op had gehoopt. Ik droom van een maagdelijk wit tapijt. Claar zet de pas er in. Fosse en ik dralen nog. We passeren de ene na de andere patisserie. Mogen we hier dan niet nog even… ‘Nee’, zegt Claar resoluut, ‘we hebben lang genoeg in de trein gezeten.’

We laten Maastricht achter ons en gaan op weg naar de Limburgse bergen. Ja, het zijn heuvels natuurlijk, maar vandaag voelen ze als bergen. We passeren een mergelgrot, het lijkt wel een krijtrots. We stijgen door een holle weg en over een Limburgse alm. Hoor ik daar een koeienbel? Langzaam begint het te regenen. Koude regen, ijzig, en even later zelfs witte klodders. Het landschap wordt witter en witter en verandert nog meer in een berglandschap. 

We verdwijnen alledrie in een eigen droomwereld, onder paraplu of capuchon. Het wit is geen fluffige droge confetti, maar een ijzige koude flats sneeuw. Het waait in mijn gezicht en perst zich door alle openingen. We glibberen en glijden, maar grijnzen ook ondanks de kou. ‘Ik droom niet meer van sneeuw,’ zegt Claar, ‘maar wel van vlaai en warme chocolademelk.’ 

Maar de patisserie in Cadier en Keer is dicht. Dus proppen we onszelf op het te krappe bankje van een bushalte. Lekker knus eigenlijk wel. ‘Nou Mam, deze chips smaakt ook prima hoor!’ We krijgen weer praatjes. Op naar Sint Geertruid! Dwars door de witte weilanden gaan we verder. Langzaam begint het te schemeren.

Op De Heerkuil is ons kampvuur het enige lichtje. De pan staat bij het knappende vuur en onze voeten liggen ernaast. ‘Poeh’, zegt Fosse, ‘mijn sokken zijn helemaal doorweekt.’ Onze tent staat op een ijzig grasveldje. Binnen is het een dons paleis. Er branden gezellige kerstlichtjes aan het dak. We schuiven dicht tegen elkaar in de slaapzak. Zullen we nog een spelletje doen?

‘s Morgens is de hemel helder blauw. Het lijkt wel zomer, Claar. Waarom wou ik eigenlijk sneeuw? We dwalen door holle wegen en over zonnige hellingen. Ik krijg zin om te dansen als Maria uit de Sound of Music. ‘Is dit echt nog Nederland?’ vraagt Fosse. Nou, nog net. In Eijsden vinden we dan toch ons maagdelijke wit. Een warme choco met een toef slagroom en een vers getapt biertje met een prachtige schuimkraag.

Bovenstaand artikel verscheen in Buitenspoor 1/2020.

Informatie

Waar slaap je?

Wij sliepen op NTKC-terrein De Heerkuil in Sint Geertruid. Om te kunnen kamperen op een NTKC-terrein moet je lid zijn van de NTKC. Wandelaars zijn altijd welkom als introducee, maar dan moet er wel iemand van de vereniging aanwezig zijn op het terrein. Het terrein ligt midden in het groen en bestaat uit verschillende terrassen waar je je tent op kunt zetten. Er is een kampvuurplek. De NTKC wordt gerund door vrijwiligers. Dat betekent dat je zelf moet helpen om het terrein netjes te houden en het schoonmaken van het toiletgebouw.

Hoe kom je er?

We zijn gestart met wandelen op station Maastricht en zijn weer op de trein gestapt in Eijsden.

Dag 1

Op de eerste dag liepen we 14 km van Maastricht naar het kampeerterrein in Sint Geertruid. Kijk hier voor onze route.

Dag 2

Op de tweede dag liepen we verder vanaf het terrein naar Eijsden, deze tocht was 8,5 km. Kijk hier voor onze route.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *