Over de Wilde Veluwe

‘Ssst, kijk!’ Sis ik naar achteren. Twee zwarte beesten staan opeens stil in het bos. Een moment kijken we elkaar allemaal aan. Moeten we bang zijn? Al snel kiezen de wilde zwijnen het hazenpad. Maar niet zonder af en toe nog even stil te staan en om te kijken. Wij zijn hier de baas, lijken ze ons te willen zeggen.

Dit deel van de Veluwe is wild en woest, veel minder keurig dan andere delen. Op goed geluk zoeken we met een kaart in de hand onze eigen route. We volgen de beken die hier stromen. Al klinkt dat grootser dan het is. We springen nog makkelijk heen en weer over de beekjes. Even later is zelfs het water helemaal verdwenen. We lopen door de droge canyon met hoge zandwallen aan beide zijden.

Op de Vrijenberg vinden we een kampeerplekje tussen de bomen. Wauw, alsof we in een Zweeds bos staan! Een vuurplaats, een waterpomp en een openlucht toilet. Die laatste bestaat uit niet meer dan een losse wc-pot boven een gat in de grond en een privacy schermpje eromheen. Gelukkig ontbreekt het bordje vrij/bezet niet. Naast deze ‘luxe’ is ons plaatsje zo groot als de Veluwe zelf. Een heel bos om te spelen, hout te sprokkelen en hutten te bouwen.

Ik zit bij het vuur en tel tot 50. Om me heen hoor ik mensen weg rennen. ‘Ik kom!’ Ik struin door de struiken en spied om me heen. Beweegt daar iets? Nee, niets dan bos en bomen om me heen. Ik ga verder op jacht. Opeens ligt daar iemand tussen de struikjes. Yes, dat is één!

Bij het kampvuur komen we weer tot rust. Alles wat we bij ons hebben proberen we te roosteren op het vuur: paprika’s, wortels, komkommer, kaas. De gebakken stroopwafels zijn meteen een klassieker. Inclusief het branden van onze vingers aan de stroop.

Midden in de nacht word ik wakker. Een koude neus, klamme voeten en een stramme rug. Ik probeer het nog even uit te stellen, maar na wat heen en weer draaien kan ik er niet meer onderuit. Ik moet plassen. Slaapzak uit, jas aan, tent uit en dan sta ik in het donkere bos. Terwijl ik snel probeer te plassen hoor ik geritsel achter me. Wat zou dat zijn? Ik kruip snel mijn bed weer in. Rechts liggen twee jongetjes als varkentjes te snurken. Links van me hoor ik geritsel buiten. Een zwijn of een muis? Ik duik dieper weg in mijn slaapzak.

Bovenstaand artikel verscheen in Buitenspoor 2/2020.

Informatie

Waar slaap je?

Wij sliepen de eerste avond op Natuurkampeerterrein Het Halse Hull in Hall (bij Eerbeek). Het kampeerterrein ligt aan de rand van Eerbeek en ligt naast een Nivonhuis. Het is een natuurkampeerterrein dus het groene boekje is verplicht.

De tweede nacht sliepen we op Scoutingterrein De Vrijenberg in Loenen. Dit terrein is hoofdzakelijk ingericht voor scouting groepen. Wij sliepen op het gezinsdeel van de NTKC. Je staat hier echt midden in het bos, niet ver van de waterval. Er is een vuurplaats, een waterpomp en een droogtoilet.

Hoe kom je er?

We zijn aan het eind van de dag naar Hall gereisd (bushalte Hall ABK huis, let op dit is een buurtbus). De volgende dag zijn we gestart met wandelen. Aan het eind zijn we bij bushalte Woeste Hoeve, Schalterdalweg weer op de bus gestapt richting Apeldoorn.

Dag 1

Op de eerste dag liepen we 11 km van Hall naar Scoutingterrein De Vrijenberg. Kijk hier voor onze route.

Dag 2

Op de tweede dag liepen we verder vanaf het terrein naar een bushalte, deze tocht was 5 km. Kijk hier voor onze route.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *