Wegwaaien van een Zeeuwse bergrug

Woesh! De wind rukt aan mijn kleren en blaast door alle spullen die rond de rugzak op de grond liggen. Het routekaartje zeilt over de parkeerplaats. We rennen er achteraan. Joanne kan nog net een bergschoen op het kaartje zetten. Terwijl we de kaart redden dreigt ondertussen de rest van onze uitrusting ook weg te waaien. Dit voelt als een overlevingstocht. We sjorren alles stevig vast en ritsen de regenjassen hoog dicht. Joanne zet haar zonnebril op en Fosse trekt de capuchon vast over zijn oren om de wind buiten te sluiten. Klaar voor een ruige expeditie naar een hoge bergtop! Nou ja, eigenlijk is het maar een bergtop in Nederland. Een hobbel aan de Zeeuwse kust, dat land van water en nog meer water.

Door ruig grasland starten we onze bergtocht. De margrieten wuiven en de wolken razen boven ons voorbij. Maar al snel is de boel niet meer vlak en lopen we over een ware bergrug. Deze bergrug is dan wel niet hoog en breed is ie ook niet, maar dat maakt hem niet minder spectaculair. Nergens in Nederland hebben we zulke steile duinen als deze gezien. Regelmatig loeren we opeens in een afgrond. Links van ons in de diepte ligt het strand met een hele rij strandhuisjes en daarachter een zee vol schuimkoppen. Dit is geen lieve aardige zee, dit is een zee die altijd op de zandrug beukt. Maar we voelen ons veilig hierboven. Deze bergrug heeft heel wat doorstaan en beschermt een heel land tegen het woeste water. Een land vol huisjes, campings, weilanden en slingerende weggetjes met fietsers richting Middelburg in de verte. Zij weten niets van dat grauwe grijze water zo vlakbij.

Ons pad gaat de hele tijd op en neer en slingert over de top van de bergrug. De wind blaast onveranderd om onze oren. We zijn op zoek naar een windstil plekje om koffie te zetten. Na een afdaling steken we achter een duintje ons brandertje aan. Met mijn lichaam en mijn handen probeer ik de vlam te beschermen tegen de wind. Het gepruttel van het espressopotje komt als geroepen. De koffie smaakt nog beter dan anders. Zeker als Joanne een Zeeuwse bolussentaart uit haar rugzak trekt. De taart is zo plakkerig dat ie niet weg kan waaien. Nou snap ik waarom die bolussen altijd zo vettig zijn!

Camping de Pimpernoot

Vanmorgen zaten we nog vredig voor onze tent met onze buren te praten. Een stel mekkerende schapen die vlak naast ons kampeerweitje hun stekkie hebben. Dat was een stuk landinwaarts en er stond geen zuchtje wind. Een idyllischer kampeerplekje vind je niet snel in Zeeland. Een kersenboom waar je hangmat zo aan vast kunt knopen. Een schuilhut in Zweedse stijl en een vuurplaats met uitzicht over een boomgaard. En dus die overburen. Al is hun gespreksstof beperkt. Meh!

De duinen staan hun mannetje bij deze wind en zee. We lopen nu een stuk aan de voet van de bergrug. De wind is verdwenen en van de woeste zee hebben we geen idee meer. Hier zijn rustig wuivende grasveldjes en Zeeuwse jungle. Het bos maakt onze wereld klein en geeft onze oren rust. Maar we zijn gekomen voor het hoogste punt van Zeeland, dus klimmen we weer naar boven. De zee lijkt er nog een tandje bovenop gedaan te hebben. De golven beuken en een zeeschip vaart bijna het strand op. We klimmen en klimmen, totdat het pad lijkt af te vlakken. We loeren en kijken. Hier is het, roept Joanne. Weet je het zeker? Ja, echt dit is het hoogste punt, ten minste op het pad. Daarachter in de struiken is het misschien iets hoger, maar daar mag je niet lopen. Het hoogste punt is spectaculair. We schuifelen naar het randje. Pas op hoor, waai er niet af! Ik hou mijn armen wijd en krijg een Titanic gevoel.

Als cadeautje voor het behalen van de top lopen we terug over het strand. Maar dat maakt het lopen niet meteen lichter, al ligt dat deels aan onszelf. Ik spat door de branding op mijn blote voeten door de sneeuw. Sneeuw? Ja, een dikke laag wit schuim wordt door de golven het strand op geschoven. Het krioelt rond mijn voeten en wordt opgewaaid door de wind. De witte vlokken vliegen in het rond. Het lijkt heel idyllisch, maar je wordt er wel nat van…. 

De rugzak begint zwaar te voelen. Ik zoek mijn weg over het strand. Door het mulle zand schiet het niet op. Maar ook in de natte stukken zand zak ik tot mijn enkels weg. Het valt niet mee de perfecte plek te vinden, waar het zand niet meegeeft. Dan maar even lopen over de vlonders die langs de strandhuisjes liggen.

Terug bij de tent verschansen we ons in ons huisje van doek met chips, wijn en stokbrood. Liggend in onze slaapzakken komen we bij van onze tocht. De regen tikt op het dak. De volgende ochtend worden we wakker van een bèh of is een mèh. Ontbijten doen we in het schuilhutje. Hier doet de brander het als een zonnetje. We bakken een ei en zetten nog maar eens een kop koffie. Jammer dat de kersen nog niet rijp zijn. Zullen we zo gaan? Bèèèèh…

Camping de Pimpernoot

Informatie

Startpunt: Parkeerplaats Zwanenburg bij Vlissingen

Lengte: 13 km

Route: de route die we liepen kun je hier vinden op Routeyou.

Inkorten/verlengen

Wij maakten een rondtocht, vanaf Vlissingen richting Zoutelande. Bij Groot Valkenburg lagen bunkers in de duinen en keerden wij om. Je kunt ook starten bij het station van Vlissingen en in Zoutelande of Westkapelle de bus terug nemen. Het busvervoer wordt hier uitgevoerd door de haltetaxi, deze moet je van te voren reserveren. 

Overnachten

Wij sliepen op Micro Outdoorcamping de Pimpernoot, vlakbij Nisse op Zuid-Beveland. Een hele kleine en fijne camping voor tenten. Er zijn ook campings direct bij de route. Als je niet wilt kamperen is de Stayokay in Domburg een aanrader. Dat is een jeugdherberg in een oud kasteel.

Camping de Pimpernoot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *